Huis voor Klokkenluiders ingestort

Slechts anderhalf jaar na de oprichting is het Huis voor Klokkenluiders terug bij af. Vanwege een bestuurscrisis in oktober 2017 stapte bestuursvoorzitter Paul Loven al op, uit onvrede over de trage gang van zaken en de groeiende frustraties bij klokkenluiders die zich in de kou gezet voelen.

Na het rapport-Ruys volgden in december 2017 de overige vier bestuursleden. Daarmee is de crisis compleet.
Het Huis voor Klokkenluiders is op 1 juli 2016 opgericht om melders van misstanden in hun werksituatie te helpen. Het instituut werd in de wet verankerd, maar kwam in de praktijk niet uit de verf. Honderden klokkenluiders klopten er tevergeefs aan. Van de 800 meldingen die het Huis als echte klokkenluiderszaken betitelde, is er in anderhalf jaar niet één afgerond.

Voor ingewijden was dit niet een onverwachte uitkomst. Het Huis voor Klokkenluiders werd bevolkt door mensen die zelf nog nimmer het slachtoffer van bullebakken waren geweest, maar wél gepokt en gemazeld in het bedrijfsleven, vakbond en de politiek. Er was dus geen gevoel voor urgentie en het besef van de grote geestelijke, maatschappelijke en financiële schade die klokkenluiders leiden als gevolg van hun acties.

Een klokkenluider (m/v) vroeg zich vertwijfeld af 'Waar kunnen melders van misstanden en angstcultuur binnen de overheid terecht? Wie gaat medewerkers welke het slachtoffer zijn van angstcultuur en misstanden op het werk beschermen?'

Nergens dus, zo blijkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten