Op basis daarvan zijn in totaal vier groepen onderscheiden: twee subgroepen die niet fysiek agressief zijn, waarvan één niet in complotten gelooft en één wel; en twee subgroepen wel fysiek agressief zijn, waarvan één niet in complotten gelooft en één wel. Respondenten die nauwelijks of in zeer geringe mate fysiek agressief of complot denker zijn, zijn buiten het onderzoek gelaten. De verschillen zijn duidelijk zichtbaar. Van de mensen met vier of meer psychosociale problemen behoort 64% tot de groep die zowel fysiek agressief is als in complottheorieën gelooft. Bij mensen zonder de onderzochte psychosociale problemen is dat 4%. Andersom geldt dat mensen zonder psychosociale problemen juist veel vaker niet fysiek agressief zijn en niet in complottheorieën geloven (92% versus 8%). Voor zover bekend is dit de eerste studie onder de algemene Nederlandse bevolking die de relatie tussen psychosociale problemen, fysiek agressief gedrag en complotdenken onderzoekt.
De resultaten suggereren dat beleid en maatregelen om fysiek agressief gedrag en complotdenken te verminderen zich in ieder geval ook zouden moeten richten op het voorkomen en beperken van psychosociale problemen.
Maar sinds de politiek heeft
[1] Van der Velden et al: Physically aggressive conspiracy believers often faced various psycho-social problems: Findings from a longitudinal population-based study in PLoS One. Zie hier.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten